MARKTRENTE
De bedrijfsleider of de aandeelhouder kan op een rekening-courant tegoed geen intrestvoet naar keuze vragen volgens de fiscus. In het verleden werd gesteld dat de rentevoet marktconform moet zijn, zonder meer, echter leidde dit tot herhaaldelijke discussies bij fiscale controles. Vanaf 1 januari 2020 geldt een vaste formule voor dergelijke intresten, zijnde de MFI-rentevoet verhoogd met een risicopremie van 2,5%, wat u meer rechtszekerheid biedt. Concreet komt dit neer op een maximale bruto intrest van 4,06% voor 2020 of netto 2,84% na inhouding van de roerende voorheffing.
KALENDERJAAR EN NIET BOEKJAAR
Indien het boekjaar van de vennootschap niet gelijk loopt met het kalenderjaar kan het voorkomen dat er 2 verschillende rentevoeten moeten worden toegepast. De formule om de marktrente te berekenen, dient immers per kalenderjaar te worden bepaald. Indien bvb. het boekjaar van uw vennootschap afsluit per 30 september 2020 en 12 maanden telt, zullen voor de eerste 3 maanden in 2019 nog de oude regels gelden en voor de 9 maanden in 2020 het nieuwe tarief van 4,06% als maximum gelden.
TWEE GRENZEN
Er dient met 2 grenzen rekening gehouden te worden om te vermijden dat de intresten fiscaal verworpen worden. Deze grenzen zijn niet nieuw en bestonden tevens in het verleden. Een eerste grens houdt in dat de toegepaste intrestvoet niet hoger mag liggen dan de marktrente, dus niet hoger dan het intresttarief uit de formule. De tweede grens houdt in dat het bedrag van de lening of rekening-courant niet hoger mag zijn dan de som van de belaste reserves verhoogd met het gestorte kapitaal van de vennootschap. Het begrip ‘kapitaal’ werd in heel wat vennootschapsvormen vervangen door ‘inbreng’, doch blijft op fiscaal vlak wel bestaan.
INTRESTEN OP INTERCOMPANY LENINGEN
Voor intercompany leningen bestaat er geen formule om de marktrente te definiëren. Dit impliceert dat de marktrente dient bepaald te worden op basis van de feitelijke omstandigheden en kan best worden verdedigd op basis van bankoffertes of tarieven uit de NBB-databank.
DATUM LENING IS DETERMINEREND
Indien verbonden vennootschappen leningen aan elkaar verschaffen moeten fiscale spelregels in acht worden genomen om de intresten fiscaal aftrekbaar te houden. Indien de lening van voor 17 juni 2016 dateert, blijft de oude regeling behouden zolang er geen fundamentele wijzigingen aan de overeenkomst worden gemaakt. Concreet zijn de intresten aftrekbaar in de mate het bedrag van de lening de grens niet overschrijdt van 5 keer de som van de belaste reserves verhoogd met het gestorte kapitaal van de ontlenende vennootschap. Intresten op het overschreden gedeelte van de lening zijn fiscaal niet aftrekbaar.
Intercompany leningen die zijn afgesloten sinds 17 juni 2016 zijn onderhevig aan de nieuwe regeling voor intresten met ingang van 1 januari 2020. Deze nieuwe grens houdt in dat de intresten fiscaal aftrekbaar zijn voor een bedrag gelijk aan 30% van de EBITDA waarde met een minimum aftrekbaar bedrag van 3 miljoen euro aan intresten. Belangrijk om weten is dat deze grens op geconsolideerd niveau dient toegepast te worden tussen de groepsvennootschappen.
NIEUWE REGELING MOGELIJKS INTERESSANTER
Indien de belaste reserves en/of het fiscaal kapitaal beperkt zijn van de ontlenende vennootschap in vergelijking met de intercompany lening aangegaan voor 17 juni 2016, kan het aangewezen zijn na te gaan of de nieuwe spelregels niet interessanter zijn aangezien de groep sowieso recht heeft op minimaal 3 miljoen euro fiscaal aftrekbare intresten. Pas echter niet zomaar de nieuwe regeling toe voor ‘oude’ leningen, maar zorg dat er een ‘fundamentele wijziging’ aan de overeenkomst wordt gemaakt (vb. de looptijd of rentevoet aanpassen), waardoor de nieuwe regeling automatisch van toepassing wordt.
Thomas Soete, accountant
& belastingconsulent